Posts tonen met het label positief coachen. Alle posts tonen
Posts tonen met het label positief coachen. Alle posts tonen

zondag 26 maart 2023

Als resultaten tellen

In een meer dan lezenswaardig artikel ging Michiel de Hoog, redacteur van De Correspondent, in op een van de spannendste experimenten in de geschiedenis van het voetbal. In Denemarken wil de Deense voetbalbond, samen met de Deense profclubs en amateurverenigingen, gezamenlijk proberen het  geboortekwartaaleffect te verslaan. Mocht dat lukken dan is dat echt bijzonder.

Al in de jaren 70 van de vorige eeuw bleek uit onderzoek dat het geboortekwartaaleffect voorkwam in het Nederlandse onderwijs. Er bleken, in het speciaal onderwijs, veel kinderen geboren te zijn in de laatste drie maanden voor de peildatum. Zouden de kinderen, geboren in de maanden juli, augustus en september dan gewoon dommer zijn dan de overige kinderen? Hiervoor bleek geen bewijs. Sterker nog, dit fenomeen bleek ook in Engeland voor te komen. Alleen bleken de 'domme kinderen' daar geboren in de maanden juni, juli en augustus. In Engeland bleken het juist de kinderen geboren in september die erg goed scoorde. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar het juist die kinderen bleken te zijn met de grootste problemen. Voor iemand die goed tussen de regels door kan lezen, de peildatum in Engeland lag één maand eerder, namelijk op 1 september. Ook in de sport bleek er sprake van een geboortekwartaaleffect.

In de NHL bleek er sprake van een geboortekwartaaleffect. In Nederland bleek dat bij Ajax  toch wel heel veel kinderen geboren in de eerste drie maanden van het jaar. Ook in het volleybal bleek dit het geval. Hier speelde nog wel een anders,  het verschil tussen de nationale en de internationale peildatum. Waar de nationale peildatum lag op 1 oktober, lag de peildatum internationaal op 1 januari. Lees hierover het artikel van Daan Krijnen!

Oneerlijke concurrentie
Het geboortekwartaaleffect is eigenlijk, kort door de bocht, een vorm van oneerlijke concurrentie. Kinderen geboren in de eerste drie maanden van het jaar zijn over het algemeen fysiek sterker en geestelijk rijper. Zij lijken daardoor talentvoller. Hoe groter de spreiding, bij kinderen in de groei, hoe groter het onderscheid. Waar het effect in het onderwijs al naar voren kwam, is het vrij helder dat in de sport, waar gewerkt wordt met tweejaargroepen, het effect nog groter is. Want zelfs tweede jaars, geboren in de laatste maanden van het jaar behoren ook dan, vaak niet tot de oudste van de leeftijdscategorie.

Het blijkt niet zo eenvoudig om dit probleem op te lossen. Op de eerste plaats zijn wij niet zo heel goed in om naar de toekomst te kijken. Van een kind dat op 9-10 jarige leeftijd goed is, is het maar helemaal de vraag of dat kind ook zo goed is als hij 19-20 jaar oud is. Hoe jonger een kind gescout wordt hoe moeilijker dat voorspellen natuurlijk is. In de sport kijken trainers vaak niet verder dan, als je geluk hebt een seizoen. Trainers bekijken met welke spelers zij kunnen scoren, kampioen kunnen worden. De trainer van de Jo9-1 is in het geheel niet bezig met de vraag of een speler die hij selecteert op dit moment misschien nog niet echt goed is, maar straks wel in het eerste of misschien nog wel hoger zou kunnen komen. Dat vraagt van elke individuele trainer dat hij beseft dat hij slechts een passant is, onderdeel is van een proces waarbij niet de trainer maar het sportende kind centraal staat.


Denken in groepen
Een ander bijkomend probleem realiseerde ik mij nu zo'n 6 jaar geleden. Ik zat voor een 10 minuten gesprek bij de leerkracht van groep 8. Het rekenen van mijn zoon was het onderwerp van gesprek. Waar ik vroeg hoe het ging met mijn zoon, begon de leerkracht mij uit te leggen hoe hij rekenles gaf aan de klas, hoe het met de klas ging. Op het moment dat ik aangaf dat ik slechts 10 minuten had gekregen en niet de vader was van een hele klas, moest de leerkracht even schakelen. Dit herkent natuurlijk iedere trainer. Trainers denken in groepen, niet individuen. Welke teamsporttrainer werkt met individuele ontwikkelplannen? Zelfs het aantal voetbaltrainers dat werkt vanuit vooraf omschreven jaarplannen is laag, laat staan dat dit nader uitgewerkt is naar individuele ontwikkelingsplannen. Trainers denken, net als die leerkracht in grootst gemene delers. Zij gaan net als die leerkracht voorbij aan het feit dat ontwikkeling vooral individueel is. Trainers binnen teamsporten doen er alles aan om van een groep individuen een team te maken, terwijl wij weten, tenminste dat hoop ik, dat de uitdaging van iedere trainer binnen een teamsport is ontwikkeling vooral individueel te benaderen. Waarom anders zouden veel teamsporters die stoppen met hun sport, stoppen met sport en gaan sporters die aan een meer individuele sport doen, na het stoppen met hun sport, veelal een andere sport doen?

Denemarken
Het valt dus ook niet mee om dit probleem op te lossen. Wij hebben 'willen winnen' in onze genen en dat moet er al heel, heel jong, in gepompt worden. Daarbij is het heel moeilijk om voorbij onze horizon te kijken. Het is enorm moeilijk om je als trainer te realiseren dat je ook maar een passant bent. Tot slot is het heel lastig om ontwikkeling individueel te zien. Tel daarbij op dat er nog steeds een vastgeroeste gedachte is dat echte talenten echt wel boven komen drijven en je hebt het recept tot een amper op te lossen probleem.

Toch gaat men dat in Denemarken proberen, zo is te lezen in het laatste artikel van Michiel de Hoog. Flemming Berg, hoofd Ontwikkeling van de Deense voetbalbond vindt het niet langer te verkopen dat kinderen het niet redden omdat ze per ongeluk in een verkeerde maand geboren zijn. Waar in ons land, de afgelopen 30 jaar geen maatregelen genomen zijn en wij om de zoveel tijd concluderen dat het wel heel erg is maar wij daarna rustig doorslapen, worden er in Denemarken, door de bond maatregelen genomen. Sinds 1 januari gaan Deense BVO's, maar ook de omringende amateurclubs selectieteams samenstellen die 'geboortemaandneutraal" zijn. Hiervoor is een quota voor afgesproken. Dit komt er op neer dat minimaal de helft van de jongens in al die ploegen afkomstig moet zijn uit de tweede helft van het jaar. Dit is natuurlijk een geweldig experiment, maar los dit het probleem van het geboortekwartaaleffect op? Kunnen trainers, scout überhaupt de korte termijn resultaten loslaten om te komen tot resultaten op de langere termijn. Levert dit op de lange termijn ook betere voetballers op?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik eind jaren 90 ook dacht dat het werken met quota een oplossing zou zijn. In een artikel dat ik destijds voor de Volley Techno schreef, onder de titel 'Als je voor een dubbeltje geboren bent' beschreef ik het opdelen van een leeftijdscategorie in vier halfjaar groepen. Trainers zouden dan per half jaar een zelfde aantal spelers moeten selecteren. Deze groepen zouden dan ook op verschillende tijden gezien moeten worden, om vergelijken zoveel mogelijk tegen te gaan. Ik had zelfs het idee dat deze selectietrainingen dan ook niet door de trainers uitgevoerd diende te worden die er dat seizoen daadwerkelijk mee zouden gaan werken. Zoals in het artikel van De Hoog terecht wordt benoemd, zitten hier bijeffecten aan deze werkwijze. Zo kan het gebeuren dat je een speler af laat vallen vanwege het quota en niet omdat hij op de langere termijn niet goed genoeg zou zijn. Omgedraaid zou er ook een speler door kunnen komen, omdat je binnen het quota in dat half jaar nog een speler moet selecteren. Er zit echter, zo lees je in het artikel, een dieper liggende gedachte achter. Doordat BVO's verplicht zijn met die quota te werken, moeten amateurclubs waar gescout wordt, dit ook op deze wijze organiseren.

Wat ik in mijn laatste blog al als idee benoemde, moeten de BVO's in Denemarken de amateurclubs clubs daadwerkelijk gaan ondersteunen, zij moeten helpen met het opleiden van interne scouts. De Hoog noemt dat in zijn artikel een nationaal deltaplan in talentherkenning. De Deense initiatiefnemers benoemen dat het een enorme klus gaat worden. Een van de redenen waarom het een klus gaat worden is dat teams die kiezen voor jongere kinderen vaker zullen verliezen. Houden ze dat vol? Houden ze, zo gaat De Hoog verder, het vertrouwen dat de ze de juiste spelers hebben geselecteerd?

Wat is talent? Waar gaan ze opletten? Dit zal onherroepelijk leiden tot discussie en wellicht tot conflict, maar is dat een probleem? Misschien is dit wel goed, want wat is dus een talent? Waar letten trainers echt op bij het selecteren? Ga hier nu eens juist de discussie over aan! Met het instellen van keiharde quota is men er nog niet in Denemarken. Er zijn in Denemarken meer acties in gang gezet. Lees hiervoor vooral het artikel van Michiel de Hoog: Het geboortemaandeffect verpest het voetbal. Denemarken doet het anders

Hockey Visie
Het klinkt allemaal fantastisch en ik hoop echt dat de KNVB de BVO's zo ver krijgt dat wij hier vergelijkbare stappen kunnen zetten. Toch ben ik niet optimistisch. Een sport waarvan de vaandeldragers de eigen bond verwijten dat zij het winnen uit het voetbal hebben gesloopt, zal geen maatregelen nemen die er toeleiden dat er wedstrijden worden verloren. Als een willekeurige voetbalvader die zijn zoon succes wil wensen zegt:
"Wel winnen hè!" dan is er nog een wereld te winnen.

Wij zijn in Nederland niet te spreken over alweer een WK waaraan wij niet deelnemen. Wij zijn niet te spreken over de prestaties van de Nederlandse clubs op Europees niveau, maar kennelijk gaat het nog niet slecht genoeg.

Ik moest even terugdenken aan een artikel dat ik las in het blad HockeyVisie. In het artikel een stappenplan voor de mentale begeleiding van jeugdige sporters. Per leeftijdsfase werden de kenmerken van die fase benoemd, met de daaraan gekoppelde handvatten voor mentale begeleiding. Het stappenplan begint, net als bij de jeugdopleiding van PSV, met de fase FUNdamentals. Het gaat hier, voor de jongens, om fase van 6-9 jarigen. Meisjes zijn iets eerder klaar. Het stappenplan sluit af met de fase "Training to compete". Dit is fase waarin de competitie, het winnen, geleerd moet worden, belangrijk wordt. Voor jongens heeft met het dan over de leeftijd 16 tot en met 19 jaar. Ook hier zijn de meisjes weer iets eerder klaar. Waarom toch zou de fase "Training to compete" zó laat in naar voren komen in dit stappenplan?

Als resultaten tellen ...

 


woensdag 1 maart 2023

De psyche van de keeper

"Ja, jammer van die laatste bal, daar zat hij toch naast. Dan verlies je wel de wedstrijd."

De keeper gaat na de wedstrijd over de tong. Een misser en het is een doelpunt voor de tegenpartij. Ik hoor het aan. Ik heb zelden een spits horen zeggen: “God ja, we hebben inderdaad verloren doordat ik die levensgrote kans miste.” Keepers zijn zelden of nooit tevreden. Zij trekken bijna automatisch het boetekleed aan. Van der Hart van Go Ahead Eagels werd publiekelijk aan de schandpaal genageld na het missertje tegen Ajax. Hij stond daarna gewoon voor de camera en de week daarna weer onder de lat. Respect!!

Bij een spits of een middenvelder die het duel verliest, spreek je van balverlies. Bij een verdediger wordt het al problematischer, want een fout van de verdediger brengt de tegenstander direct in scoringspositie. Een misser van de keeper is vaak direct een doelpunt. Keepers mogen geen fouten maken, spelers wel. Tenminste zo lijkt het. De keeper moet mentaal sterk zijn. Direct na een doelpunt moet hij er weer staan, klaar voor de volgende actie. Keepers zijn vaak eenlingen in het team. Hij viert zijn eigen feestje bij een doelpunt van zijn team. Op training heb je zo van die oefenvormen, afwerken op de goal. De trainer zegt soms ook letterlijk; "het is geen oefening voor jou". Het is vrij schieten op de goal, zonder verdedigers, een soort prijsschieten met de eigenaar van de schiettent die voor de target blijft rondlopen. Je moet het maar leuk vinden. De prestatiedruk op keepers is enorm. Een fout is fataal. In 2009 sloeg het bericht dat de Duitse topkeeper Robert Enke zelfmoord had gepleegd in als een bom. In reactie hierop bekende Hans van Breukelen ook wel eens met deze gedachte had rondgelopen. Ook Jelle ten Rouwelaar kon zich identificeren met Enke. Hij denkt niet met plezier terug aan Enschede. Ook Edwin van de Sar benoemde dat zijn periode in Italië zwaar was. In die periode heeft hij een aantal keren overwogen om te stoppen.

Keepers onderling hebben samen ook iets. De keepersdagen van bijvoorbeeld Frans Hoek appelleren hier ook aan. Bijna een soort zelfhulpgroep voor eenlingen in het elftal.

Arnold Bruggink, een van de mensen die de kist van Robert Enke droeg, heeft zich vaak afgevraagd waarom dit kon gebeuren. Hij vindt dat de voetbalwereld nog maar weinig snapt van de psyche van de mens. Zoeken binnen een teamsport, waar samenwerking zo belangrijk, naar een zondebok is per definitie gedoemd te mislukken.

Cruciaal is in mijn beleving het denken in termen als falen. Iets wat de keeper, wat keepers zelf doen, maar wat ook spelers, trainers en supporters niet vreemd is. Als falen in absolute zin gelijk wordt gezet met niet goed genoeg zijn, dan is er sprake van een fixed mindset. De keeper wordt daar niet beter van en in het verlengde hiervan het team niet. Uitgaan van fouten bieden een mogelijkheid tot verbetering; dit zijn de uitdagingen. Fouten maken mag, nee fouten maken moet. Spaans onderzoek wees ook uit dat het werken met taakgerichte doelstellingen leiden tot meer groepscohesie in het voetbal. Onderzoek waarom de fout gemaakt wordt en maak een plan ter verbetering. Betrek de keeper tot slot ook bij het feestje. Een keeper moet niet alleen zijn feestje vieren na een doelpunt van zijn eigen team. Het is zo enorm belangrijk om succes met z'n allen te vieren! Voetbal is een teamsport, iedere schakel in het team is belangrijk. Niemand uitgezonderd.

Ik hoorde tot slot laatst een trainer zeggen dat verdedigen vooraan begint en dat is natuurlijk zo. Ook hier geldt echter iemand dat aanrekenen als een fatale fout niet leidt tot een betere uitvoering een volgende keer. Gisteren werd langs de lijn nog gezegd dat Positief Coachen moeilijk is. Misschien is dat zo, maar moeilijke dingen zijn er niet om te laten, moeilijke dingen zijn een uitdaging.





Positief coachen niet voor watjes

Ik had net mijn eerste trainerscursus afgerond. Ik heb dat gehele seizoen in een schriftje bijgehouden wat ik zei, bij aanvang van een wedstrijd, in de time-outs, tussen de sets en na afloop van een wedstrijd. Ik schreef verder op hoe er gereageerd werd. Werden spelers boos, reageerde ze teleurgesteld, deden ze echt wat ik vroeg of misschien niet.  Wat duidelijk werd was dat eigenlijk elke speler beter ging spelen na een compliment. Een mega open deur natuurlijk. Opvallend was verder dat sommige spelers echt objectief slechter gingen spelen als ik maar door bleef zagen over de fouten die hij in mijn ogen maakte. Bij hen moest je het soms ook gewoon even niet benoemen dat het niet goed ging. Toch waren er ook spelers die het even nodig hadden om ze, laat ik zeggen, goed aan te spreken op hun gedrag. Wat ook opvallend was dat de kinderen soms echt van de leg waren als ik erg actief tijdens de wedstrijd stond te coachen. Zelfs niets zeggen alleen maar op een op een bordje aanwijzen in welke richting er geserveerd moest worden, was voor een enkeling te veel informatie.

"Je haalt mij dan uit concentratie!" kreeg ik een keer te horen.

Jaren later. Ik zat in de zaal bij een regiotraining van Regio Nieuw Gelre van de Nevobo.
De trainer in de zaal ging, laten we zeggen, behoorlijk te keer. Anderen zouden het enthousiast noemen. Opvallend was dat vanuit dit 'enthousiasme' echt enkele spelers harder gingen werken. Ze werkte zich het snot voor de ogen. Opvallend was ook dat een speler redelijk onthutst de kleedkamer opzocht. Anderen zouden het verdrietig noemen. Na afloop sprak ik de trainer. Voor hem was iedereen gelijk, dus diende je ook iedereen gelijk te behandelen.

Ik loop nu toch al weer wat jaartjes sporthal in sporthal uit, sta ik langs de lijn van menig voetbal veld. Heb ik verschillende dug-outs van binnen en van buiten gezien en als mij een ding is opgevallen, echt niemand is gelijk. Geen mens is hetzelfde. Er is ook geen handboek, omgaan met pubers of hoe kinderen in de basisschoolleeftijd te coachen. De enige rode lijn is wellicht dat iedereen zo op z'n tijd een complimentje nodig heeft. Verder heeft het er alle schijn van dat kinderen niet veel leren als je als coach maar continu de oplossingen aandraagt.

Toen het Positief Coachen voor het eerst in beeld kwam moet ik zeggen dat ik het toch wel een hoog geitenwollen sokken gehalte vond hebben. Ik zag meer in de gedachtegang achter de inzichten van Small en Smith 'Coaches who never lose', werken met doelen waar je wat voor moet doen, maar die haalbaar zijn en onder controle zijn. Inzichten die een uitkomst waren van onderzoek in de NHL, de NBA, in de top van de sport in de VS. Deze inzichten paste ook meer bij mijn eigen ideeën. Ik ben niet zo van lief, leuk en aardig, sport mag ook gewoon hard zijn. Toen ik echter mijn eerste voorstelling van Positief Coachen zag, schrok ik. Ik zag mezelf. Mij, ons, werd een gigantische spiegel voor gehouden. Er werd in de voorstelling een trainer neergezet, die ik herkende. Er werd een vader neergezet die ik kende en dat was niet prettig. Ik dacht en denk goed na over hoe ik trainingen geef, hoe ik coach, over de opvoeding van mijn kinderen. Ik dacht dat nadenken en daar naar handelen goed genoeg was. De spiegel liet zien dat dit niet genoeg was.

Ik blijf nog steeds die trainer, die coach, die vader van zijn sportende kinderen die hoopt dat alles goed gaat, dat ze winnen en ik weet dat je daarvoor gewoon keihard je best voor moet doen, maar het is, net als dat jochie op de voetbalclub laatst over zijn trainer zei:
"Hij denkt verdomme dat wij Manchester City zijn!"

Denk na over wat je doet, houd je zelf regelmatig die spiegel voor, vraag feedback, deel jouw ideeën over training geven, over coaching met andere trainers en coaches. Blijf voortdurend leren, hard werken. Positief Coachen is niet voor watjes, is niet van de geitenwollen sokken, het gaat over het beste uit jezelf en de ander te halen.










dinsdag 28 februari 2023

Ongeleid projectiel

Gisteren bezocht ik een amateur voetbalwedstrijd, een bekerwedstrijd, een kwartfinale bekerwedstrijd. De wedstrijd was al meerdere keren afgelast, vanwege het weer.

De bezoekende ploeg had veel publiek meegenomen. Ik was iets later, maar hoorde van ver al het geschreeuw. De wedstrijd was net 10 minuten op weg, maar het stond al 2-1 voor de thuisploeg. Op het veld gebeurde van alles, maar het geschreeuw kwam van de supporters. De supporters van het bezoekende team waren niet gelukkig met de scheidsrechter en dat lieten ze merken. Ook op het veld liepen de emoties hoog op. De spelers van de uitploeg waren meer bezig met de scheidsrechter dan met het eigen spel. Hoewel de tegenstander een klasse hoger speelde keken ze dan ook snel tegen een achterstand aan en zelfs nadat zij de gelijkmaker binnen tikte, bleef het gemekker maar doorgaan. De scheidsrechter trok een aantal keren een gele kaart en ook een tweede doelpunt voor de thuisploeg was niet verbazend. Ondertussen op de tribune raakte supporters van de uitploeg in een ruzie met supporters van de thuisploeg. Een oude man, vader van een van de spelers van de thuisploeg werd, onheus bejegend. Er ontstond ook wat verbaal geweld tussen de supporters en de bank van de thuisploeg. De uitploeg ging er niet beter van spelen en ook kort voor rust kreeg de thuisploeg een strafschop.

Na rust bleek dat de coach van de uitploeg zijn licht geraakte spelers er uit had gehaald. Ook het supportersfront van de uitploeg bleek scheurtjes te vertonen. Een enkele supporter had het uitvak verlaten en had een plek elders langs de lijn opgezocht.
"Ik schaam mij werkelijk kapot, " vertelde een vader van een van de spelers van de uitploeg.
"Het helpt niet, je schiet er niets mee op!"

De supporters van de thuisploeg hadden na de rust vrij massaal gekozen om ook op de tribune plaats te nemen. De rust leek weer gekeerd. De uitploeg met na rust de nodige wissels, ging ook beter spelen. Minder commentaar op de scheidsrechter, minder geschreeuw vanaf de tribune. De vader had gelijk. Het ongewenste gedrag op het veld, langs de lijn, leidt niet tot betere prestaties. Het enige waar dit toe leidt is een escalatie van de agressie. De spelers op het veld zijn niet meer bezig met de uitvoering, met het voetbal. Wil je als supporters dus dat de spelers op het veld beter gaan spelen, houd je mond, bemoei je er niet mee.

Nu heeft de coach, invloed op de mater waarin zijn spelers gefocused zijn. Spelers hebben ook zelf  invloed hebben op de mate waarin zij gefocused zijn op de uitvoering, op het voetbal. Supporters kunnen hier ook debet aan zijn. Een speler presteert optimaal als hij gefocused is. Een team presteert optimaal als de individuele spelers bezig zijn met hun taak. Wil je dat je ploeg goed speelt, wil je dat ze winnen? Dan moet je als supporter er voor zorgen dat de randvoorwaarden op orde zijn, houd dus, als het spannend wordt, vooral je mond.





zondag 26 februari 2023

Ontschotten

De tweede seizoenshelft is begonnen. De eerste wedstrijden zijn al weer gespeeld. Op naar een kampioenschap, of hard werkend om degradatie te voorkomen of gewoon meedeinen op de golven van de competitie. Aan het eind van dit seizoen zullen al die spelers weer op moeten voor de selectietrainingen. Dan wordt je weer gewogen en soms te licht bevonden.

Dan worden de teamindelingen bekend gemaakt. Dan is bekend welke spelers in de selectie elftallen mogen uitkomen en welke spelers meer recreatief mogen ballen. Selecteren is niet eenvoudig. Want doe maar eens een voorspelling over het verloop van een wedstrijd, laat staan over het verloop van een seizoen. Blijven al mijn spelers fit, lopen wij niet tegen, al dan niet onnodige, schorsingen aan? Hoe verloopt het seizoen bij de concurrentie? Ook dat is van invloed op het verloop van een wedstrijd, als ook de competitie. Wij maken onderscheid tussen resultaatdoelen en procesdoelen. Bij resultaatdoelen heb je het over kampioen worden, maar ook over niet degraderen. Bij procesdoelen heb je het over aannemen van de bal, het passen van een bal. Stukje moeilijker is dan het 1x raken. Dit soort doelen hebben spelers onder eigen controle en zijn daardoor een stuk uitdagender dan 'Wij moeten vanmiddag winnen van CSV Apeldoorn'. Wij kunnen van CSV verliezen, maar dan is het na afloop maar moeilijk aan te geven wat wij zouden moeten doen om uit wel van CSV te winnen. Is iedereen dan wel fit? Regent het dan minder hard? Is hun beste speler er dan weer bij of? Of is hij geblesseerd of wellicht geschorst? Steekt hun keeper dan een keertje niet in de vorm van zijn leven? Als een speler moeite heeft met passen en trappen, dan kan je als trainer wel zinvolle feedback over geven.  Er is ook niets zo frustrerend als het werken met resultaatdoelen. Het is namelijk een grote loterij. Wil je resultaten behalen, dan zal er gewerkt moeten worden met procesdoelen.

Geboortekwartaaleffecten

Heel recent bleek uit onderzoek dat in de gehele opleiding van PSV wel heel, heel veel spelers geboren te bleken te zijn in de maanden januari, februari en maart. Dit doet de vraag opploppen of een kind geboren in oktober, november of december dan helemaal niets kan. Natuurlijk is dat onzin. Dit zijn echter wel de kinderen die bij al die amateurclubs snel afvallen, met als motivatie "Het was leuk, maar net niet goed genoeg." Als een kind dat nog krijgt te horen heb je mazzel, want het gros van deze selectietrainers kan werkelijk niet aangeven waarom iemand is afgevallen en wat deze speler zou moeten doen om een volgende keer wel geselecteerd te worden. Dit zijn de kinderen die in de A2, de B2, de C2 e.d. terecht komen. Als een kind, geboren in oktober, november of december wél in een selectie jeugdelftal komt, is het echt een talent en het heeft een verdomd goede trainer, die dat ook nog eens zag. Na PSV-gate kregen voornamelijk de scouts de schuld. Dat is natuurlijk niet terecht want die scouts krijgen, tenminste dat mag ik hopen, een helder takenpakket mee van die BVO's waarmee ze de weide wereld in gestuurd zijn. Ik pleitte er al eerder voor om deze scouts eens een nieuw takenpakket te geven en hun jachtgebied te verschuiven van O7 naar O19. Kortom, op zoek naar de Jaap Stams, de Jamie Vardy's.

Self fulfilling prophecy 

Met een verschuiving van doelgroep pakken wij niet die kinderen die wel afgevallen zijn omdat de concurrentie met een speler die twee jaar ouder moordend was. De spelers uit de A2, B2 en C2 hebben wij daarmee niet en dat is jammer. Dit is te meer spijtig omdat veel clubs het ook nog eens zo hebben georganiseerd dat de beter opgeleide trainers op de selectie elftallen staan en deze veelal ook meer trainingsuren maken dan de niet selectie elftallen. Een self fulfilling prophecy  in optima forma. Kinderen die afgevallen zijn omdat zij toevallig geboren zijn in oktober, november of december worden op termijn ook daadwerkelijk de minder goede voetballers omdat ze minder goede trainers hebben en ook nog eens minder trainingsuren maken.

Ontschotten 

Eigenlijk zou je, bij de jeugd, af moeten van selectie elftallen! Ga uit van andere selectie criteria, bijvoorbeeld per wijk of vrienden bij elkaar. Zet op elk elftal goed opgeleide trainers en laat ze evenveel trainingsuren maken. Dit is een traject dat je niet zo maar in gaat. Je moet goed nadenken over wat dan het opleidingsniveau van de trainers, bij elke leeftijdscategorie moet zijn. Je moet het ook hebben over de trainingsuren, de trainingsfrequentie per leeftijdscategorie zou moeten zijn.

Als wij de schotten weghalen, motorisch breed gaan opleiden en pas laat gaan selecteren dan is de kans dat de echte talenten boven komen veel groter.




dinsdag 21 februari 2023

Coaches die nooit verliezen

Het moet ergens begin jaren 90 zijn geweest. Ik nam deel aan een workshop Coaching, van de Sportacademie Amsterdam. In de klas bekende en minder bekende trainers en coaches, actief in verschillende takken van sport. Het was de eerste keer dat ik hoorde van het fenomeen coaches die nooit verliezen. Ik deelde in de workshop mijn werkwijze, het planmatig werken vanuit een jaarplan, de competitie als sluitstuk van het leren zien en in de wedstrijden dus ook met leerdoelen werken in plaats van resultaatdoelen.

"Jij zou 'Coaches who never lose' moeten lezen, ik denk dat jou dit aanspreekt!" gaf een deelnemer aan.

Hoewel voor mij wedstrijdresultaat niet centraal stond, kon ik in mijn beleving ook verliezen. Dat er coaches zijn die nooit verliezen, ging er bij mij niet in. Coaches die nooit verliezen bleek zijn oorsprong te hebben in de Verenigde Staten. De VS, een land dat ik toch nog altijd zie als het land waar prestaties, waar winnen centraal staat. Uitgebreid wetenschappelijk onderzoek van de Amerikaanse sportwetenschappers Frank Smoll en Ronald Smith (University of Washington, Seattle) onder coaches uit bijvoorbeeld de NBA en de NHL leverde op dat juist die coaches niet bezig zijn met het resultaat, maar juist met het proces, met de uitvoering.  Uit onderzoek naar talentontwikkeling in de sport is gebleken dat talenten meer gericht te zijn op de eigen, individuele vooruitgang, het zelf beter worden, dan met het korte-termijn succes, het winnen van wedstrijden.

Een coach die nooit verliest, is dus een coach die werkt vanuit dat doel van de sporter, namelijk het zelf beter worden dan dat hij gisteren was. Een coach die nooit verliest, is dus een coach die werkt met procesdoelen. Doelen die hij zo formuleert dat ze uitdagend zijn, dat de sporter er iets voor moet doen, maar die ook haalbaar zijn. Een coach die nooit verliest, is dus een coach die de doelen waar hij en zijn sporters meewerken onder eigen controle heeft.



Het ontwikkelingsmodel van de sport, zo is te lezen in 'Coaches die nooit verliezen' heeft een heel belangrijk doel, namelijk het individu te ontwikkelen. Coachen gaat over iemand zelfvertrouwen geven, coachen gaat over iemand uit te dagen grenzen te verleggen. Coachen gaat over het geven van feedback, het schetsen van een nieuwe horizon. Winnen is niet het ultieme doel. Als wij kinderen leren dat het alleen hierover gaat, leren wij kinderen dat fouten maken vreselijk is en alleen daardoor al worden het geen betere sporters. Verliezen is ook niet hetzelfde als falen. Als je soms wedstrijdverslagen leest, artikelen in de media, dan moet je wel tot de conclusie komen dat verliezen dramatisch is. Dit doet afbreuk aan het zelfvertrouwen van spelers en leidt niet tot betere spelers. Succes is ook niet hetzelfde als winnen. Ik kan winnen en toch niet succesvol zijn, simpelweg omdat de tegenstander gewoon nog minder succesvol was. Succes gaat over beter zijn dan dat je gisteren was. Succes is het direct gevolg van het er alles aan gedaan hebben om het beste uit jezelf te halen.

Ik gebruikte als volleybaltrainer jaarplannen, waarbij ik van week tot week de leerdoelen beschreven had. Daarnaast werkte ik met individuele ontwikkelingsplannen, deze waren echt op maat, hiervoor ging aan het begin van het seizoen met ieder kind zitten, vragen wat hij nu wilde leren.  Het maken van een dergelijk jaarplan was in het begin altijd even werk, maar die tijd verdien je in de loop van het seizoen terug omdat je niet steeds behoeft na te denken over wat je nu weer moet gaan doen. Bijkomend voordeel is dat je het trainen los maakt van korte termijn wedstrijdresultaat. Ontwikkeling en spelplezier staat centraal. Een dergelijke werkwijze kan je ook inpassen binnen de vereniging. Elk team een jaarplan en bij de scouting en spelersvolgsysteem worden op basis van de eindtermen de teams samengesteld. Waar ik als trainer ophoud, gaat een volgende trainer verder.

maandag 20 februari 2023

Als resultaten tellen

In een meer dan lezenswaardig artikel ging Michiel de Hoog in op een van de spannendste experimenten in de geschiedenis van het voetbal. In Denemarken wil de Deense voetbalbond, samen met de Deense profclubs en amateurverenigingen, gezamenlijk proberen het  geboortekwartaaleffect te verslaan. Mocht dat lukken dan is dat echt bijzonder.

Al in de jaren 70 van de vorige eeuw bleek uit onderzoek dat het geboortekwartaaleffect voorkwam in het Nederlandse onderwijs. Er bleken, in het speciaal onderwijs, veel kinderen geboren te zijn in de laatste drie maanden voor de peildatum. Zouden de kinderen, geboren in de maanden juli, augustus en september dan gewoon dommer zijn dan de overige kinderen? Hiervoor bleek geen bewijs. Sterker nog, dit fenomeen bleek ook in Engeland voor te komen. Alleen bleken de 'domme kinderen' daar geboren in de maanden juni, juli en augustus. In Engeland bleken het juist de kinderen geboren in september die erg goed scoorde. Dit in tegenstelling tot de Nederlandse situatie waar het juist die kinderen bleken te zijn met de grootste problemen. Voor iemand die goed tussen de regels door kan lezen, de peildatum in Engeland lag één maand eerder, namelijk op 1 september. Ook in de sport bleek er sprake van een geboortekwartaaleffect.

In de NHL bleek er sprake van een geboortekwartaaleffect. In Nederland bleek dat bij Ajax  toch wel heel veel kinderen geboren in de eerste drie maanden van het jaar. Ook in het volleybal bleek dit het geval. Hier speelde nog wel een anders,  het verschil tussen de nationale en de internationale peildatum. Waar de nationale peildatum lag op 1 oktober, lag de peildatum internationaal op 1 januari. Lees hierover het artikel van Daan Krijnen!

Oneerlijke concurrentie

Het geboortekwartaaleffect is eigenlijk, kort door de bocht, een vorm van oneerlijke concurrentie. Kinderen geboren in de eerste drie maanden van het jaar zijn over het algemeen fysiek sterker en geestelijk rijper. Zij lijken daardoor talentvoller. Hoe groter de spreiding, bij kinderen in de groei, hoe groter het onderscheid. Waar het effect in het onderwijs al naar voren kwam, is het vrij helder dat in de sport, waar gewerkt wordt met tweejaargroepen, het effect nog groter is. Want zelfs tweede jaars, geboren in de laatste maanden van het jaar behoren ook dan, vaak niet tot de oudste van de leeftijdscategorie.



Een ander bijkomend probleem realiseerde ik mij nu zo'n 6 jaar geleden. Ik zat voor een 10 minuten gesprek bij de leerkracht van groep 8. Het rekenen van mijn zoon was het onderwerp van gesprek. Waar ik vroeg hoe het ging met mijn zoon, begon de leerkracht mij uit te leggen hoe hij rekenles gaf aan de klas, hoe het met de klas ging. Op het moment dat ik aangaf dat ik slechts 10 minuten had gekregen en niet de vader was van een hele klas, moest de leerkracht even schakelen. Dit herkent natuurlijk iedere trainer. Trainers denken in groepen, niet individuen. Welke teamsporttrainer werkt met individuele ontwikkelplannen? Zelfs het aantal voetbaltrainers dat werkt vanuit vooraf omschreven jaarplannen is laag, laat staan dat dit nader uitgewerkt is naar individuele ontwikkelingsplannen. Trainers denken, net als die leerkracht in grootst gemene delers. Zij gaan net als die leerkracht voorbij aan het feit dat ontwikkeling vooral individueel is. Trainers binnen teamsporten doen er alles aan om van een groep individuen een team te maken, terwijl wij weten, tenminste dat hoop ik, dat de uitdaging van iedere trainer binnen een teamsport is ontwikkeling vooral individueel te benaderen. Waarom anders zouden veel teamsporters die stoppen met hun sport, stoppen met sport en gaan sporters die aan een meer individuele sport doen, na het stoppen met hun sport, veelal een andere sport doen?
Het valt dus ook niet mee om dit probleem op te lossen. Wij hebben 'willen winnen' in onze genen en dat moet er al heel, heel jong, in gepompt worden. Daarbij is het heel moeilijk om voorbij onze horizon te kijken. Het is enorm moeilijk om je als trainer te realiseren dat je ook maar een passant bent. Tot slot is het heel lastig om ontwikkeling individueel te zien. Tel daarbij op dat er nog steeds een vastgeroeste gedachte is dat echte talenten echt wel boven komen drijven en je hebt het recept tot een amper op te lossen probleem.
Het klinkt allemaal fantastisch en ik hoop echt dat de KNVB de BVO's zo ver krijgt dat wij hier vergelijkbare stappen kunnen zetten. Toch ben ik niet optimistisch. Een sport waarvan de vaandeldragers de eigen bond verwijten dat zij het winnen uit het voetbal hebben gesloopt, zal geen maatregelen nemen die er toeleiden dat er wedstrijden worden verloren. Als een willekeurige voetbalvader die zijn zoon succes wil wensen zegt:
"Wel winnen hè!" dan is er nog een wereld te winnen.

Het blijkt niet zo eenvoudig om dit probleem op te lossen. Op de eerste plaats zijn wij niet zo heel goed in om naar de toekomst te kijken. Van een kind dat op 9-10 jarige leeftijd goed is, is het maar helemaal de vraag of dat kind ook zo goed is als hij 19-20 jaar oud is. Hoe jonger een kind gescout wordt hoe moeilijker dat voorspellen natuurlijk is. In de sport kijken trainers vaak niet verder dan, als je geluk hebt een seizoen. Trainers bekijken met welke spelers zij kunnen scoren, kampioen kunnen worden. De trainer van de Jo9-1 is in het geheel niet bezig met de vraag of een speler die hij selecteert op dit moment misschien nog niet echt goed is, maar straks wel in het eerste of misschien nog wel hoger zou kunnen komen. Dat vraagt van elke individuele trainer dat hij beseft dat hij slechts een passant is, onderdeel is van een proces waarbij niet de trainer maar het sportende kind centraal staat.


Denken in groepen

Denemarken

Toch gaat men dat in Denemarken proberen, zo is te lezen in het laatste artikel van Michiel de Hoog. Flemming Berg, hoofd Ontwikkeling van de Deense voetbalbond vindt het niet langer te verkopen dat kinderen het niet redden omdat ze per ongeluk in een verkeerde maand geboren zijn. Waar in ons land, de afgelopen 30 jaar geen maatregelen genomen zijn en wij om de zoveel tijd concluderen dat het wel heel erg is maar wij daarna rustig doorslapen, worden er in Denemarken, door de bond maatregelen genomen. Sinds 1 januari gaan Deense BVO's, maar ook de omringende amateurclubs selectieteams samenstellen die 'geboortemaandneutraal" zijn. Hiervoor is een quota voor afgesproken. Dit komt er op neer dat minimaal de helft van de jongens in al die ploegen afkomstig moet zijn uit de tweede helft van het jaar. Dit is natuurlijk een geweldig experiment, maar los dit het probleem van het geboortekwartaaleffect op? Kunnen trainers, scout überhaupt de korte termijn resultaten loslaten om te komen tot resultaten op de langere termijn. Levert dit op de lange termijn ook betere voetballers op?

Ik moet eerlijk zeggen dat ik eind jaren 90 ook dacht dat het werken met quota een oplossing zou zijn. In een artikel dat ik destijds voor de Volley Techno schreef, onder de titel 'Als je voor een dubbeltje geboren bent' beschreef ik het opdelen van een leeftijdscategorie in vier halfjaar groepen. Trainers zouden dan per half jaar een zelfde aantal spelers moeten selecteren. Deze groepen zouden dan ook op verschillende tijden gezien moeten worden, om vergelijken zoveel mogelijk tegen te gaan. Ik had zelfs het idee dat deze selectietrainingen dan ook niet door de trainers uitgevoerd diende te worden die er dat seizoen daadwerkelijk mee zouden gaan werken. Zoals in het artikel van De Hoog terecht wordt benoemd, zitten hier bijeffecten aan deze werkwijze. Zo kan het gebeuren dat je een speler af laat vallen vanwege het quota en niet omdat hij op de langere termijn niet goed genoeg zou zijn. Omgedraaid zou er ook een speler door kunnen komen, omdat je binnen het quota in dat half jaar nog een speler moet selecteren. Er zit echter, zo lees je in het artikel, een dieper liggende gedachte achter. Doordat BVO's verplicht zijn met die quota te werken, moeten amateurclubs waar gescout wordt, dit ook op deze wijze organiseren.

Wat ik in mijn laatste blog al als idee benoemde, moeten de BVO's in Denemarken de amateurclubs clubs daadwerkelijk gaan ondersteunen, zij moeten helpen met het opleiden van interne scouts. De Hoog noemt dat in zijn artikel een nationaal deltaplan in talentherkenning. De Deense initiatiefnemers benoemen dat het een enorme klus gaat worden. Een van de redenen waarom het een klus gaat worden is dat teams die kiezen voor jongere kinderen vaker zullen verliezen. Houden ze dat vol? Houden ze, zo gaat De Hoog verder, het vertrouwen dat de ze de juiste spelers hebben geselecteerd?

Wat is talent? Waar gaan ze opletten? Dit zal onherroepelijk leiden tot discussie en wellicht tot conflict, maar is dat een probleem? Misschien is dit wel goed, want wat is dus een talent? Waar letten trainers echt op bij het selecteren? Ga hier nu eens juist de discussie over aan! Met het instellen van keiharde quota is men er nog niet in Denemarken. Er zijn in Denemarken meer acties in gang gezet. Lees hiervoor vooral het artikel van Michiel de Hoog: Het geboortemaandeffect verpest het voetbal. Denemarken doet het anders

Hockey Visie

Wij zijn in Nederland niet te spreken over alweer een WK waaraan wij niet deelnemen. Wij zijn niet te spreken over de prestaties van de Nederlandse clubs op Europees niveau, maar kennelijk gaat het nog niet slecht genoeg.

Ik moest even terugdenken aan een artikel dat ik las in het blad HockeyVisie. In het artikel een stappenplan voor de mentale begeleiding van jeugdige sporters. Per leeftijdsfase werden de kenmerken van die fase benoemd, met de daaraan gekoppelde handvatten voor mentale begeleiding. Het stappenplan begint, net als bij de jeugdopleiding van PSV, met de fase FUNdamentals. Het gaat hier, voor de jongens, om fase van 6-9 jarigen. Meisjes zijn iets eerder klaar. Het stappenplan sluit af met de fase "Training to compete". Dit is fase waarin de competitie, het winnen, geleerd moet worden, belangrijk wordt. Voor jongens heeft met het dan over de leeftijd 16 tot en met 19 jaar. Ook hier zijn de meisjes weer iets eerder klaar. Waarom toch zou de fase "Training to compete" zó laat in naar voren komen in dit stappenplan?

Als resultaten tellen ...

zondag 19 februari 2023

De bank is mijn redding

Vroeger zei ik vaak tegen mijn wisselspelers, dat zij mijn beste spelers waren. Want als je wel beschouwd, wanneer zet je veelal een wisselspeler in? Als het minder goed loopt met je team. Wat verwacht je dan eigenlijk van deze wisselspeler? Dat hij het tij weet te keren. Dat hij het beter doet dan de speler die je oorspronkelijk in de basis had gezet. Nu is dat natuurlijk een dooddoener eerste klas, want welke coach zet nu werkelijk zijn echt beste spelers op de bank, behalve dan wellicht tegen een onthutsend zwakke tegenstander. Ook van Bronkhorst startte vanmiddag gewoon met zijn beste 11 spelers. Never change a winning team, maar waarom zou je niet terug willen vallen om een geweldige topper op de bank. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat Feyenoord natuurlijk Kuyt op de bank had, maar die zit ook niet voor niets op de bank.

Hoe win je nu een wedstrijd en welk wisselbeleid past daarbij. Ik ging vroeger uit van het principe dat iedereen, over een heel seizoen, evenveel speelde. Volleyballen leer je door het te doen, niet op de bank. Dat betekende niet dat Iedereen ook in elke wedstrijd evenveel speelde. Het kon zelfs gebeuren dat iemand uiteindelijk niet speelde. Ik paste mijn basisteam aan, aan mijn tegenstanders. Als wij tegen een minder goede tegenstander speelde, dan startte ik met een andere basis, dan tegen de nummer 1. Behalve het winnen van de wedstrijd zijn er natuurlijk legio andere redenen te bedenken die bepalen wat jouw wisselbeleid is. Je zou er ook voor kunnen kiezen om jongere spelers in te passen. Die kan je, bewust in zetten tegen juist de sterkere tegenstanders. Je kan ze ook en ook net zo bewust inzetten tegen minder goede tegenstanders.

Welk wisselbeleid je ook toepast, leg uit wat je doet. Waarom staat iemand in de wissel, waarom haal je iemand er uit of zet je iemand er in. Leg uit wat je doet. Coachen is communiceren, met je basisspelers, maar óók met je wisselspelers.







vrijdag 17 februari 2023

De 10.000 uren norm

Ergens in de vorige eeuw schreef Marcel Luycks, in het blad Coachen een artikel over talentontwikkeling, met als titel 'Wat goed is, komt niet snel'. 'Van de 100 talenten haalt maar tien procent de top', zo begon het verhaal. Lang gingen sportbonden uit van het adagium 'Wat goed is komt snel'. Omdat wat goed is, ook snel komt, richten BVO's zich heden ten dagen ook op steeds jongere kinderen. Je zou maar eens achter het net vissen.

Ik schreef al dat uit recent onderzoek bleek dat slechts een beperkt percentage van de medaillewinnaars bij de Olympisch spelen, óók als kind al talentvol was. Veel kinderen van deze kinderen hadden tijdens hun jeugd ook meerdere sporten beoefend, voordat ze, op latere leeftijd, uitblonken in één sport. Uit Australisch onderzoek bleek dat onder 256 Olympische topsporters slechts 7% als kind ook uitblonk. Maar liefst 84% blonk als kind niet uit, was nooit gescout en had zelden of nooit in het eerste team van een vereniging gespeeld. Kortom, het is onjuist te stellen dat kinderen op jonge leeftijd scouten op de langere termijn de beste spelers aan de top brengt.

In een uitzending van Netwerk eind vorig jaar, over het steeds jonger scouten door betaald voetbal organisaties (BVO's) benoemde een scout van Ajax een argument. Hij gaf aan dat als zij het niet doen, iemand anders het wel doet. Dit is natuurlijk even eerlijk, als schokkend. Want waar is het kind in het hele verhaal?

Geboortekwartaaleffect

In de jaren 90 van de vorige eeuw bleek uit, alweer onderzoek, dat in de gehele opleiding bij Ajax sprake was van een geboortekwartaaleffect. Het grootste deel van de talenten bij deze gerenommeerde opleiding, bleek geboren in de eerste drie maanden na de peildatum. Bijna 30 jaar later bleek dat er niet veel veranderd was en dat dit effect niet alleen bij Ajax voorkwam maar ook bij andere BVO's. De afgelopen drie decennia zijn er dus kinderen afgevallen, misschien wel afgehaakt, alleen omdat ze in een verkeerde maand waren geboren en om die reden niet direct opvielen. Deze kinderen waren fysiek minder dan hun oudere groepsgenoten, waren cognitief minder dan hun oudere groepsgenoten. Als je jaar in jaar uit te horen krijgt dat je net niet goed genoeg bent, dan ga je het op den duur geloven.

Laten wij dit nu eens omdraaien. Kinderen die ondanks al die faalervaring door zijn blijven gaan het voetballen, hebben, denk ik, eelt op hun ziel. Zij stoppen niet na tegenslag. Zij hebben geleerd dat er ook een andere weg is. Zij weten wat doorzetten is.

10.000 uur

Nu is trainen natuurlijk een van de belangrijkste factoren in talentontwikkeling. Het spreek voor zich dat een sporter veel en intensief moet trainen om de sportprestaties te verbeteren, om de top in zijn of haar sport te bereiken. In de sport is de norm van tenminste 10.000 uur trainen vrij gangbaar. In een artikel uit de Sportgericht, nr. 1 uit 2012 zet Van Rossum weliswaar vragen bij die norm, maar het spreekt voor zich dat iemand die veel trainingsuren maakt uiteindelijk op een hoger niveau zal kunnen acteren dan iemand die beduidend minder trainingsuren maakt. Natuurlijk gaat het er ook om wat er getraind wordt en ook periodisering, en ook het inbouwen van rustmomenten zijn belangrijk. Wat kunnen wij hier, los van de kanttekeningen, nu van leren?

Een kind dat op jonge leeftijd afvalt, omdat hij niet goed genoeg bevonden wordt, gaat veelal ook minder trainingsuren maken, met veelal ook een minder goed opgeleide trainer. Kinderen die dit jaar in jaar uit meemaken, gaan dus over de langere termijn minder trainingsuren maken, met minder goede trainers en zullen dus aan het eind dus ook objectief minder goed zijn. Voor het gemak toch maar even uitgaan van die 10000 uur, daar komt zo'n kind, geboren in oktober, november of december, op die manier natuurlijk moeilijk aan.

Desalniettemin worden kinderen tegenwoordig steeds jonger gescout door clubs die toch al te maken hebben met een oververtegenwoordiging van kinderen geboren in die eerste drie maanden van het jaar. Tel daarbij op dat ook bij amateurclubs sprake is van dit zelfde effect dan kom je er op uit dat van die kinderen die toch al in het voordeel zijn doordat ze gunstig geboren zijn, een selectiegroepje overblijft dat nog gunstiger naar voren komt. Waar een piramide baadt heeft bij een brede basis, zijn wij al bij de bouw van die piramide bezig om die basis de reduceren tot een smal puntje.

IJsland

Waarom toch is een land als IJsland, terwijl het aantal voetballers daar echt een stuk kleiner is dan in ons land, de laatste jaren zo ontzettend goed? Michiel de Hoog komt hier nog op terug, in een vast zeer lezenswaardig artikel, maar een conclusie kon hij al wel trekken:

"Maar duidelijk is dat ze minder selecteren en iedereen, ongeacht niveau, dezelfde trainingsmogelijkheden geven."

Met deze wijsheid zou het wellicht verstandig zijn als verenigingen af zouden stappen van het werken met selecties? Wellicht zouden kinderen gewoon bij vriendjes ingedeeld moeten blijven? Wellicht zouden clubs die teams evenveel traininguren en trainingsmogelijkheden moeten geven?

Dan terug naar die BVO's.  BVO's sluiten contracten met amateurverenigingen, met als doel dat ene pareltje binnenboord te halen, want zoals die Ajax scout al benoemde, anders doet iemand anders dit. Als amateurverenigingen er nu zorg voordragen dat iedereen evenredig veel trainingsuren kan maken. Zij dragen er dan natuurlijk tevens zorg voor dat op al die groepen capabele, goed opgeleide trainers staan. Bij met name dit aspect dienen zij ondersteund te worden door die BVO's. Laten BVO zich ontplooien als kennisinstituten, laat trainers en amateurclubs daar optimaal van profiteren. Dan kunnen veel kinderen goed opgeleid worden, maken meer kinderen, meer trainingsuren en worden zij getraind door betere trainers.



Curlingkinderen

Enige tijd geleden was plots de term curling ouders trending in social media. Ouders die hun kind proberen tegen alle tegenwind te beschermen. Teleurstellingen moeten voor de kinderen van deze ouders maximaal worden voorkomen. Ik durfde daar de term curling trainers wel tegenover te plaatsen. Ook trainers hebben recht op teleurstellingen. Trainers gaan over het algemeen voor het kortetermijnresultaat, selecteren op basis van dit korte termijn, resultaat gerichte denken, hun spelers en proberen daarmee een kampioenschap binnen te slepen. Ook bij kinderen op hele jonge leeftijd gaat het voor al die curling trainers, maar om een ding, om winnen. Sterker, een trainer die iets anders beweerd is een watje. Kinderen moeten winnen in hun bloed hebben, moeten weten wat het is om 12e van de 12 te staan, moeten al heel jong weten wat het is om dik te verliezen. Daarmee kweek je karakters, aldus die nieuwe trainer van Ajax. Wie ben ik dan om dat tegen te spreken?

Nadat juist bij zijn huidige club, midden jaren 90 van de vorige eeuw, werd ontdekt dat het grootste deel van de spelers in de jeugdopleiding, tot en met het eerste elftal geboren bleek in de maanden januari, februari en maart, was men verrast. Men schrok zich dood. Was het nu zo dat een kind geboren in de maanden oktober, november en december echt niet kon voetballen? Dat kon toch niet waar zijn? Dit bleek ook niet waar. Het had alles te maken met die curling trainer. Het moest anders, het moest beter. Decennia later, een eeuw verder. Wij leven inmiddels in het jaar 2018. Wat blijkt? Uit onderzoek bij PSV blijkt dat het grootste deel van de spelers in de jeugdopleiding geboren is in de maanden januari, februari en maart. Men was verrast. Men schrok zich dood. De schuld lag bij de scouts, want die scouten alleen kinderen geboren in de maanden januari, februari en maart. Hoe komt dat toch? Er moest iets mee gedaan worden.

Wij hebben het over de patatgeneratie, ik verzin het niet. Kinderen die geen strobreedte in de weg gelegd wordt, die bij het minste geringste afhaken. Dat zijn de karakters waar de voetbalclubs, de scouts, de oorlog mee willen winnen. Curling kinderen, uitzonderingen daargelaten, die op 6 - 7-jarige leeftijd al als toptalent worden bestempeld. Van wie de ouders geloven dat ze goud in hebben.

Tot zover geschiedenis. Als wij dit nu eens omdenken. Als wij nu eens gaan kijken naar jeugdigen die ondanks al die tegenwind door zijn gegaan met voetballen. Kinderen die zo vaak te horen hebben gekregen dat het weliswaar leuk was, dat ze best wel ergens wat konden, maar dat het toch net niet goed genoeg was. Dat zijn kinderen met eelt op de ziel. Dat zijn kinderen die je niet snel gek maakt. Dat zijn kinderen die om kunnen gaan met teleurstellingen. Kinderen die week in week uit mee mochten met het 1e elftal, maar nooit speelde. Dat zijn de kinderen die het nog een eer vonden om mee te mogen, die maar bleven hopen en die hoop nooit opgaven, die blij waren met werkelijk elke minuut dat ze wel in mochten vallen. Dat zijn die kinderen, geboren in de maanden oktober, november en december van wie de ouders zeiden "Geen gezeik, het komt vast wel eens en zo niet, als het maar leuk is, toch?" Misschien zijn dit die laatbloeiers, een term tegen tegenwoordig nogal in is, als eens soort tegengeluid richting dat probleem dat kennelijk door scouts wordt veroorzaakt. Misschien voor al die scouts, zouden zij zich eens moeten richten om die groep 17,18,19-jarigen, geboren in oktober, november en december. De Jaap Stams zeg maar. Jongens die boven hun leeftijd categorie actief zijn, die ergens wel iets kunnen, maar die nooit echt in beeld zijn geweest omdat ze een windkracht 12 tegen hadden.

  



vrijdag 10 februari 2023

Zwemles

 Zwemles

Halverwege de jaren 80 van de vorige eeuw trainde de teams van mijn volleybalvereniging verspreid door de stad, in verschillende gymzalen. De jeugdspelers moesten soms even een stukje fietsen naar de training. Soms ook op maandag naar de ene gymzaal en dan op woensdag naar een ander halletje. Hoewel zij allen lid waren van de zelfde vereniging moest de club echt wat doen aan binding binnen de vereniging. Het kon maar zo gebeuren dat een speler uit de C1 totaal geen idee had wie er nu in de C3 zaten. Voor startende trainers was het ook nog wel een dingetje. Je stond er toch vaak alleen voor, want hoe moet je nu de ondersteuning organiseren als je, verspreid over de week, verspreid door de hele stad, zo her en der, nog relatief onervaren trainers hebben rondlopen. Trainers die niet op afroep tegen een probleem aanlopen. Het was in die tijd enorm zoeken. Voor mij, als startende trainer, was het contact met de ervaren trainster die met haar team. ná mij, trainde van cruciaal belang. Na afloop van mijn eigen training, aan het begin van haar training, even een collegiale consultatie.

Hoe gaat 't?
Waar ben je mee bezig?
Hoe kijk jij daar naar?



Het was dan ook fantastisch toen een paar visionaire leden  bedachten dat de club niet zonder eigen sporthal kon. Deze hal kwam er dan ook. Ik mocht daarna, met een groepje, meedenken over hoe wij de kwaliteit van de trainingen, de ondersteuning van trainers konden verbeteren. De eerste metafoor die bij ons opkwam was die van het leszwemmen.

Als kinderen naar zwemles gaan, zeg maar starten met het blauwe dolfijntje, dan is daar een badmeester en een hoofdbadmeester. De badmeester geeft de les, de hoofdbadmeester, de chef instructie, kijkt mee, bespreek zaken met de badmeester, geeft feedback en is de gene die het finale oordeel geeft of kind een volgend dolfijntje verdiend heeft. Bij de zwemles kunnen die kinderen van de ene lesgroep naar de andere gaan, maar blijven ze van de allereerste les, tot het behalen van het zwem ABC veelal op dezelfde dag lessen. Voor ouders is dit dus ook beter te plannen. Wij hebben destijds het zwembad naar de hal vertaald. De kinderen O12 trainde op vaste dagen in de hal. Kinderen konden ook tijdens de les, op dezelfde trainingsdag, naar een volgende niveaugroep doorgeschoven worden. De startende trainers werden ondersteund door een hoofdtrainer. Deze hoofdtrainer stuurde de trainers in het weekend de trainingen die zij de week daarna diende te verzorgen. Trainers die daar inhoudelijk nog vragen over hadden konden dat direct doen, dan wel vooraf of zelfs tijdens de training. De trainingen paste ook in een jaarplan. Zij hadden dan ook een logische opbouw binnen de trainingen, maar ook tussen de verschillende trainingen. De startende trainers werden tijdens de trainingen ondersteund, kregen feedback op de wijze van training geven.



Binnen het voetbal hoor ik ook regelmatig verhalen dat jonge, maar ook oudere trainers, maar wat doen. Veelal schort het ook hier aan ondersteuning en een dieperliggende gedachte over waarom je doet wat je doet. Zo worden trainingsroosters veelal gemaakt aan de hand van de roosterwensen van de individuele trainers in plaats van dat je het rooster maakt op basis van een visie op hoe je de club wil organiseren en zoek je daarna je trainers daarbij of nog beter leidt je die zelf op. Ik heb geen idee of het binnen het volleybal bestaat maar voetbalclubs hebben één voordeel, namelijk het bestaan van ondersteuning op basis van de oefenstof. Een voorziening als VTON biedt trainers complete trainingen, welke ook nog binnen een plan passen. Trainingen die net als in het zwembad en in de hal passen binnen een idee over wat je de kinderen wil leren, waar je naar toe wil. Het enige wat de voetbalclub moet doen is nadenken over die 'hoofdbadmeester', over de planning van de zwemlessen en misschien .... een begin van nadenken over wanneer een kind een volgend dolfijntje krijgt of van mijn part een voetbalschoentje.

woensdag 29 maart 2017

De uurtje factuurtje fabriek

Niet zo heel lang geleden had ik een oriënterend gesprek. Ik ben op zoek naar een nieuwe uitdaging, een nieuwe baan. Het bedrijf was op zoek naar consultants, naar nieuwe arbo adviseurs. Behalve de inhoudelijke kennis van de materie, werd ook commerciële ervaring gevraagd. Nu heb ik daar geen ervaring mee en eerlijk gezegd past het ook niet bij mij. Soms vind ik het belangrijker dat iets gebeurd, dat er aandacht voor is dan dat ik daar dan zo nodig geld voor moet krijgen. Mijn gesprekspartners benoemde het bedrijf 'een uurtje-factuurtje-fabriek'. Ik was een soort Sinterklaas, een dief van mijn eigen portemonnee. Ik deed soms dingen voor niets, omdat ik belangrijker vond dat er aandacht voor was dan dat ik er nu zo nodig iets mee wilde verdienen. Ik had hier iets te leren. Terug naar huis, wat een flinke rit was, vroeg ik mij af of ik dit wel wilde leren. Er was echter nog iets anders wat ik mij afvroeg. Was deze voortdurende afhankelijk niet strijdig met met de eigen verantwoordelijk die medewerkers, werkgevers zouden moeten dragen voor de eigen veiligheid, de eigen arbeidsomstandigheden? Natuurlijk is het heerlijk als je als bedrijf, bij elk nieuw risico daar weer een passende oplossing, scholing of advies traject in de aanbieding heb. Loop je echter niet de kans dat bedrijven door deze voortdurende afhankelijk de oplossing altijd extern zoeken, zonder zelf na te denken over de veiligheid en de gezondheid van haar personeel?

Willen wij veranderingen realiseren zullen wij ons moeten realiseren dat er ook iets te veranderen is. Als er continu iemand is die tegen mij zegt, dat er altijd hulp beschikbaar is, dan zal ik zelf niet harder gaan lopen. Ik zal pas in beweging komen als ik mij realiseer dat ik iets moet veranderen maar dat de hulp ook niet direct oproepbaar is. Willen wij werken aan veiligheid op de werkvloer, binnen bedrijven en organisaties, zal het wel eens zo kunnen zijn dat wij mensen weer zelf verantwoordelijk moeten maken. Om maar een vergelijking te maken, ook ouder zal zijn puberende zoon op enig moment los moeten laten om op die manier, om hem met vallen en opstaan tot een evenwichtige volwassene te laten opgroeien. Wij zouden ons meer moeten richten op de basis, op de roots. Wij zouden ons moeten richten op de aandacht voor het thema veiligheid in de beroepsopleidingen, in het onderwijs. Om daarna vol vertrouwen los te kunnen laten.


woensdag 23 november 2016

Nieuwe uitdagingen

De gezondheidszorgsector is aan het veranderen. Dat is niet altijd verkeerd, soms leidt dit tot beter nadenken over de kwaliteit van zorg. Soms ook is de markt doorgeschoten en leidt dit tot verschraling van de zorg op een wijze die mensonterend is. Natuurlijk kan je de zorg organiseren met minder of wellicht zelfs zonder managers. Ook adviseurs, dat kan best wat minder. Laten we het over de zorg hebben, terug naar de basis. Als wij managers afschaffen, adviseurs aan de kant schuiven, ontstaat er een gat, dat door de werkvloer ingevuld zal moeten worden. Dit is niet één op één mogelijk. Een verpleegkundige is opgeleid om te verplegen. Een verpleegkundige heeft in zijn opleiding niet iets geleerd over werving en selectie, heeft niet iets geleerd over brandveiligheid en fysieke belastend werk, dat deed je gewoon.

dinsdag 3 mei 2016

Alles wat je aandacht geeft groeit

Google nooit, als je ergens pijn hebt. Serieus, je mankeert wat. Sterker, na het zoeken heb je de meest ernstige diagnose te pakken. Geef eens voorlichting over RSI en vrijwel iedereen heeft klachten. Roep dat het slecht gaat met de economie en ook iedereen houdt de hand op de knip. Verpleegkundigen, groot gebracht met Van de Brink Tjebbes leerde nog verpleegplannen te maken waarbij uitgegaan werd van zelfzorgtekorten. Werken aan dat wat je niet kan.

Alles wat je aandacht geeft groeit. Wij zijn in ons land erg geneigd om aandacht te geven aan de dingen die niet goed gaan, op dat wat niet lukt. Wij willen steeds van die 4 een 6 maken, terwijl het veel leuker is om van die 7 een 9 te maken. Ik was vroeger nooit goed in idioom Duits. Ik kon leren wat ik wilde, maar kreeg het niet in mijn hoofd. Naar mate ik harder ging leren haalde ik steeds slechtere cijfers. Het werd een grote frustratie. De cijfers werden niet beter. 

Binnen de geestelijke gezondheidszorg gaat men steeds vaker uit van dat wat iemand wel kan, in plaats van het focussen op dat wat niet lukt. De mens zien als iemand met mogelijkheden in plaats van iemand met beperkingen. 

woensdag 17 december 2014

POP


Op mijn allereerste vakantiedag ben ik er maar eens voor gaan zitten, de vragenlijst naar succesfactoren in sport en werk. Een vragenlijst waarbij de relatie werd gelegd tussen sport en werk. Het idee hierachter is, de vraag wat wij ons dagelijks werk kunnen leren van de sport. In mijn overtuiging meer dan wij op het eerste gezicht denken. Toch kijken wij zelden over onze muurtjes, sportverenigingen blijven eilanden bestuurt door hobbyisten en bedrijven blijven niet te nemen bastions, met bestuurders die elkaar elkaar de ene bonus na de andere bonus cadeau doen. De bewoners van deze eilanden, deze kastelen van wellust, zijn vooral naar binnen gericht, ook al doet de motivatie tot het verstrekken van de bonussen anders doen geloven.

De eilandraad heeft als doel het eiland zo goed mogelijk te besturen, waarbij het hogere doel vaak geformuleerd wordt als het aanbieden van sportactiviteiten voor alle bewoners van het eiland. Met andere woorden, voor elke eilandbewoner wat wils. Het toverwoord dat de eilandraad hier tegenwoordig vaak bij gebruikt is talentontwikkeling. Talentontwikkeling staat voor het ontwikkelen van een ieders talenten. Er vanuit gaand dat iedereen bepaalde talenten heeft, dienen deze talenten ondekt en ontplooid te worden. Wie kan daar nu op tegen zijn? De eilandraad hanteert echter een dubbele agenda. Onder de noemer talentontwikkeling struinen ze het hele eiland af, op zoek naar talentvolle sporters, talentvolle roeiers. De achterliggende gedachte achter talentontwikkeling is niet het aanbieden van sportactiviteiten aan alle bewoners van het eiland. De achterliggende gedachte is de Nations Cup, de roeiwedstrijd tussen de eilanden, ieder tweede week van juli. Er wordt niet gevraagd wil jij wel die wedstrijd roeien, er wordt niet eens gevraagd of iemand überhaupt kan roeien, nee er wordt gekeken naar iemands fysieke kenmerken. Pas je bij wijze van spreken in de boot, dan leren ze je wel roeien. Dat is talentontwikkeling. Menig roeier is zo in de boot genomen.

Less is more

Zo'n beetje elk bedrijf in ons land heeft vacatures. Dat is op zich geen opzienbarend nieuws, maar wat bijzonder is, is dat er meer vaca...